donderdag 30 januari 2014

Je naam

Gedichtendag 2014, ode aan


Je naam

Ik noem je naam,
vandaag, morgen,
volgend jaar.

Ik roep je vaak, zo hard
ik wil. Ik schreeuw je
van de daken.

Ik huil, raas, fluister,
aarzel, stotter, stapel,
schater, zoen en zing je naam.

Vallende blaadjes wapperen
je naam. Vogelveertjes
ritselen je naam.

Wolken zwiepen hem mee. In leeuwenkuilen,
muizenholen, op de bodem van de zee:
je naam.

Regendruppels drinken hem op weg
naar de oceaan. Ook de maan knipoogt
's avonds laat jouw naam.

En door het raam, tegen vergeten,
schijnt als een nieuwe ster in neonletters
aan de lucht hoe je altijd zult heten.

uit Waar ik ben van Diets Groot huis




zaterdag 4 januari 2014

Sneeuwtapijt

Zo dun als sneeuw gaat liggen, zo vol zijn de herinneringen aan onze tijd met hem.
Seizoen Scott, zo voelt de winter vanaf nu.

Wat was het toch koud. Nog nooit had ik hier zoveel sneeuw beleefd.
Weken trotseerden we gladde en vaak onberijdbare wegen. Een keer was het zo erg dat we vast kwamen te zitten met de auto. Buurmannen groeven ons uit. Wie neemt nu ook de auto in zo'n weer?
Pas op 9 maart verscheen een streepje zon, maar het bleef ijzig koud en stil.

De winter wordt nu altijd moeilijk, het verlangen naar de lente nog groter.
We vullen hem met liefde, verdriet en warme herinneringen aan ijskoude dagen.
Voor mij graag een pakje sneeuw nu, waar ik me heerlijk zacht in kan ploffen!

Winterdroom

Voorzichtig dwarrelend
naar beneden
om dan even te verpozen.
Opgeraapt te worden,
geliefkoosd en
geboetseerd
tot ieders verbeelding.
Een sneeuwvlokje
als bouwsteen van een droom.
Helaas
sneeuw smelt.