Je kan blijven baantjes trekken in het ondiepe. Heen en weer terug. Wie niet springt, leert nooit zwemmen. We sprongen, heel diep! Ongeveer een jaar na Scotts geboorte ben ik opnieuw zwanger geworden.
De
eerste weken verliepen opnieuw verschrikkelijk. Alles voelde voor mij
meteen als een heel herkenbare zwangerschap; het woord 'braken' vat
alles samen. Momenteel ben ik (al) twintig weken in 'blijde' verwachting
van onze derde spruit. Zoals verwacht komt de angst vaak eens op
bezoek. Weeën kun je wegpuffen, maar dit... Ach, de kwaaltjes lijken minder erg dan de vorige keren. Al zeur en klaag ik de dagen soms eens vol. Mag het?
Hoe
hebben we dit in hemelsnaam nogmaals aangedurfd? Dat vraag ik me nu
elke dag af. Gelukkig bestaat er geen 'rewindknop', ik drukte hem zeker
tientallen keren in. We zitten er in en er bestaat maar één weg: die van
de hoop en de toekomst.
Stilaan
vermoed ik dat hoe dieper je valt, hoe hoger je terug kan vliegen.
Misschien val je nog eens, maar dan weet je hoe je je vleugels weer moet
openslaan. Zou dat het zijn? De ervaring van de tegenslag die de weg
naar het geluk zichtbaar maakt?
De
veerkracht, het naar beneden dwarrelen en weer voorzichtig opgeworpen
worden, is wellicht mijn grote bron van herstel bij ons verlies. Je past
je aan, je zet door, raapt de brokstukken op en knutselt het tot een
geheel, een nieuw weliswaar. Je veert verder, ups and downs. Zo gaat het
en niet anders. Hoe lichter je bent, hoe gemakkelijker het gaat.
Lucht
en lacht. Zo las ik het in onderstaand gedicht. Bedankt Geert De
Kockere, vaak verwoord je de onuitspreekbare dingen op zo'n heldere
manier.
Sommigen reizen
met het verleden op hun rug.
Als een zware rugzak
die ze voortdurend opendoen.
Om te zien of alles
er nog wel is.
Ze komen nauwelijks vooruit.
Reis licht.
En lucht.
En lacht.
Dat veert zoveel mooier.
En verder
G. De Kockere