Ondertussen 25 weken zwanger. 'Fjiew'!
Maar wat een tegenstrijdig gevoel besluipt mij soms. Ook al is de baby heel (heel erg!!) zichtbaar onderweg, het lijkt voor mij een eeuwige utopie.
Dat we stilaan echt ons huis terug babyproof moeten maken, dat is zo moeilijk. De baby is uiteraard ongelooflijk welkom. Maar het wiskundige 'als en slechts dan als'-gevoel neemt zo vaak de bovenhand.
Als de baby er is, dan...
Als de baby gezond is, dan...
Als Vasco dan een broer heeft, dan ...
Als we dan thuis zijn met onze baby, dan...
Eerst zien en dan geloven, zo is het. Misschien is dat wel het moeilijkste aan deze zwangerschap: niet kunnen geloven dat het deze keer wel goed kan gaan. Onze zoon schopt er meer en meer op los, en zelfs dat kan mij heel moeilijk sussen.
Nog nooit was ik in de zwangerschap zo blij om 's nachts wakker te liggen en geweld in mijn buik te voelen. Nog nooit zal ik zo blij zijn geweest om onderbroken nachten te hebben. Een baby die huilt en ons roept, dat gevoel kregen we de vorige keer niet.
Als en slechts dan als...
Een mamablog* met een sterretje. Over vallen en weer opstaan. Het plezier in elke dag.
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen
zondag 8 juni 2014
dinsdag 6 mei 2014
Veerkracht
Je kan blijven baantjes trekken in het ondiepe. Heen en weer terug. Wie niet springt, leert nooit zwemmen. We sprongen, heel diep! Ongeveer een jaar na Scotts geboorte ben ik opnieuw zwanger geworden.
De eerste weken verliepen opnieuw verschrikkelijk. Alles voelde voor mij meteen als een heel herkenbare zwangerschap; het woord 'braken' vat alles samen. Momenteel ben ik (al) twintig weken in 'blijde' verwachting van onze derde spruit. Zoals verwacht komt de angst vaak eens op bezoek. Weeën kun je wegpuffen, maar dit... Ach, de kwaaltjes lijken minder erg dan de vorige keren. Al zeur en klaag ik de dagen soms eens vol. Mag het?
Hoe hebben we dit in hemelsnaam nogmaals aangedurfd? Dat vraag ik me nu elke dag af. Gelukkig bestaat er geen 'rewindknop', ik drukte hem zeker tientallen keren in. We zitten er in en er bestaat maar één weg: die van de hoop en de toekomst.
Stilaan vermoed ik dat hoe dieper je valt, hoe hoger je terug kan vliegen. Misschien val je nog eens, maar dan weet je hoe je je vleugels weer moet openslaan. Zou dat het zijn? De ervaring van de tegenslag die de weg naar het geluk zichtbaar maakt?
De veerkracht, het naar beneden dwarrelen en weer voorzichtig opgeworpen worden, is wellicht mijn grote bron van herstel bij ons verlies. Je past je aan, je zet door, raapt de brokstukken op en knutselt het tot een geheel, een nieuw weliswaar. Je veert verder, ups and downs. Zo gaat het en niet anders. Hoe lichter je bent, hoe gemakkelijker het gaat.
Lucht en lacht. Zo las ik het in onderstaand gedicht. Bedankt Geert De Kockere, vaak verwoord je de onuitspreekbare dingen op zo'n heldere manier.
Sommigen reizen
met het verleden op hun rug.
Als een zware rugzak
die ze voortdurend opendoen.
Om te zien of alles
er nog wel is.
Ze komen nauwelijks vooruit.
Reis licht.
En lucht.
En lacht.
Dat veert zoveel mooier.
En verder
G. De Kockere
De eerste weken verliepen opnieuw verschrikkelijk. Alles voelde voor mij meteen als een heel herkenbare zwangerschap; het woord 'braken' vat alles samen. Momenteel ben ik (al) twintig weken in 'blijde' verwachting van onze derde spruit. Zoals verwacht komt de angst vaak eens op bezoek. Weeën kun je wegpuffen, maar dit... Ach, de kwaaltjes lijken minder erg dan de vorige keren. Al zeur en klaag ik de dagen soms eens vol. Mag het?
Hoe hebben we dit in hemelsnaam nogmaals aangedurfd? Dat vraag ik me nu elke dag af. Gelukkig bestaat er geen 'rewindknop', ik drukte hem zeker tientallen keren in. We zitten er in en er bestaat maar één weg: die van de hoop en de toekomst.
Stilaan vermoed ik dat hoe dieper je valt, hoe hoger je terug kan vliegen. Misschien val je nog eens, maar dan weet je hoe je je vleugels weer moet openslaan. Zou dat het zijn? De ervaring van de tegenslag die de weg naar het geluk zichtbaar maakt?
De veerkracht, het naar beneden dwarrelen en weer voorzichtig opgeworpen worden, is wellicht mijn grote bron van herstel bij ons verlies. Je past je aan, je zet door, raapt de brokstukken op en knutselt het tot een geheel, een nieuw weliswaar. Je veert verder, ups and downs. Zo gaat het en niet anders. Hoe lichter je bent, hoe gemakkelijker het gaat.
Lucht en lacht. Zo las ik het in onderstaand gedicht. Bedankt Geert De Kockere, vaak verwoord je de onuitspreekbare dingen op zo'n heldere manier.
Sommigen reizen
met het verleden op hun rug.
Als een zware rugzak
die ze voortdurend opendoen.
Om te zien of alles
er nog wel is.
Ze komen nauwelijks vooruit.
Reis licht.
En lucht.
En lacht.
Dat veert zoveel mooier.
En verder
G. De Kockere
vrijdag 7 maart 2014
De kracht van het leven
Zaterdag 9 maart 2013 begon de jeugdboekenweek.
Na twee nachten op hotel in Brugge dicht bij onze Scott te hebben 'gewaakt', keerden we terug huiswaarts voor wat qualitytime met Vasco!
Het gevoel dat mij die voormiddag overviel, kan ik heel moeilijk in woorden vatten. Vasco was zo blij dat mama en papa er terug waren. Enthousiast huppelde hij de voor de gelegenheid opgestelde donkere tunnel van de kinderhoek in de bib binnen. Verwondering alom. David genoot ook zichtbaar van de verstrooiing.
De donkere tunnel ben ik toen niet door gewandeld (later die dag wel). Ik voelde me niet goed. Ik herinner me dat David enigszins wat gepikeerd was dat ik nu niet voor een keer op 'mijn tanden kon bijten'. Maar ik voelde iets wat ik niet kon plaatsen. Verdwaasd liep ik de bibliotheek uit en snelde naar de auto.
Meteen belde ik naar Brugge, voor een update. Aan de telefoon hoorde ik een nogal stamelende verpleegster van Scott. Die morgen had ze mijn kleine schat al twee keer moeten bijblazen met de ballon. Hij stopte dus af en toe met ademen. Zonder aarzelen belde ik vastbesloten mijn zus op. Deze middag moest ze op Vasco letten. Wij moesten dringend naar Brugge, hoe vlugger hoe liever.
Alsof ik me in een soort roes van koelbloedigheid bevond, wachtte ik op mijn twee mannen die terug keerden uit hun magische boekenwereld. David stapte in de auto. Ik zei dat we direct naar Brugge moesten en dat alles al geregeld was. Hij stelde mijn beslissing niet in vraag. Las hij mee in mijn ogen? De motor startte en we begonnen onze moeilijkste reis ooit.
Rond twee uur in de namiddag bereikten we de afdeling. Tien weken vol flashbacks. Scott lag nog steeds in een afgezonderde ruimte, omwille van zijn 'influenzabeestjes'. De dokter van wacht kwam bij ons voor een stand van zaken. Maar ik wist het al, hij toen nog niet.
Tijdens zijn relaas van de voormiddag, gebeurde het opnieuw. Scott kreeg een aanval: zijn saturatie zakte gevaarlijk weg, hartslag naar beneden, blauw wegtrekken. De arts nam meteen de ballon en bracht onze jongen toen al van ver terug. Nog geen tien minuten later herhaalde dit tafereel zich. We stonden erbij en keken ernaar. De arts sleurde ons uit het kleine kamertje. Ik hoorde hem de verpleger nog bevelen om het intubatiemateriaal klaar te leggen. Wat die dokter ons toen allemaal vertelde, zou ik niet meer kunnen navertellen. Ik luisterde niet, maar toch gaf zijn uitleg mij vertrouwen. Dat dit goed was. De beslissing was ook niet aan ons. Zijn job om op zo'n moment een juiste ethische keuze te maken. Vanaf dat moment had iemand het ons ook duidelijk gezegd: Scott wil vertrekken en wij laten hem nu gaan. De aalmoezenier werd opgebeld, ik wilde echt heel graag mijn zoontje nog dopen. Even later stonden wij rond zijn bedje en doopten hem heel sober. Als hij dan toch moest gaan, dan met het vertrouwen dat 'God' over hem en over ons waakt. Voor de eerste keer in mijn leven, was dat toen écht belangrijk.
Koelbloedig was ik toen niet meer. De verpleger haalde Scott uit zijn bedje. Hoe lang dit zou duren, kon niemand voorspellen. David nam hem in zijn armen. Nog geen kwartier later kreeg ons kindje opnieuw een aanval. Dit keer ook duidelijk af te lezen op de monitor van zijn hersenactiviteit. Scott deed epileptische aanvallen, een nieuw symptoom.
David wiegde hem heel knus en ik zat er heel dichtbij. Alsof dat belangrijk was, stond ik daar als een dwaas nog wat foto's te nemen. Geen ballon deze keer. Alle draadjes werden losgekoppeld. De dokter stond heel de tijd aan onze zijde.
Ik wilde niet dat hij pijn had en dus spoot de dokter nog 'iets' in via zijn infuus. Toen ging hij gewoon weg. De dood was nog nooit zo dichtbij geweest voor mij. Alsof het leven hem nog eenmaal terugriep, slaakte hij een laatste zucht. Daarna was het doodstil. Wij verpoosden eventjes in een kamer die voor ons was vrijgehouden. Ondertussen namen ze een huidbiopt van Scott. Ook na zijn dood was verder onderzoek belangrijk. Scott werd van alle draadjes verlost en eigenlijk ook van zijn niet te winnen strijd.
Terug in zijn isoleercelletje kon ik het niet geloven. Enkel nog een lichaam. De verpleger ging Scott toen wassen. Heel menselijk en met veel oor naar onze wensen werden wij op de beste manier bijgestaan in dit afscheid. Samen namen we afdrukken van zijn handen en voetjes.We besloten hem zelf niet te wassen, maar toe te kijken. Hij kreeg een blauw pyjamaatje aan, gelukkig hadden ze er ergens eentje. Scott was immers een baby van tien weken oud. Hij rook lekker en voelde nog niet echt koud aan.
De dokter kwam terug binnen. Ik blokkeerde en wilde Scott niet meer in mijn armen. Hij verplichtte me enigszins en wilde niet dat ik ooit spijt kreeg. Ongelooflijk dankbaar ben ik dat een zorgverlener op zo'n moment denkt in jouw plaats. Wat zou ik inderdaad spijt gehad hebben. Diezelfde dag, slechts twee uur later stond de aalmoezenier daar terug. Hij had geen woorden voor ons. Zijn stilte was wat wij wilden horen. Een lakentje werd mooi over mijn kindje gedrapeerd. Het zou tot maandag duren dat ik hem terug kon zien. Prachtig opgebaard in het Supermanpakje van zijn broer.
Voorafgaand aan zijn begrafenis, spraken we een paar keer met pater Boni. Je kunt het de grootste onzin vinden, maar bij zo iemand vind je het grootste luisterend oor. Hij kwam ook niet af met 'God heeft dit gewild'. Ik vertelde hem over hoe ik voelde dat Scott mij riep, alsof hij vroeg om bij hem te zijn en afscheid te nemen. De kracht van het leven en de verbondenheid, dat was het antwoord. Dit gevoel heeft mij versterkt, het draagt mij verder. Het leven verbindt ons en er is een soort kracht die heel diep gaat. Ik heb het gevoeld, echt.
Ik eindig met een citaat van J. Rietberg:
Zijn dood zal ik altijd betreuren, zijn leven heeft mij verrijkt.
Na twee nachten op hotel in Brugge dicht bij onze Scott te hebben 'gewaakt', keerden we terug huiswaarts voor wat qualitytime met Vasco!
Het gevoel dat mij die voormiddag overviel, kan ik heel moeilijk in woorden vatten. Vasco was zo blij dat mama en papa er terug waren. Enthousiast huppelde hij de voor de gelegenheid opgestelde donkere tunnel van de kinderhoek in de bib binnen. Verwondering alom. David genoot ook zichtbaar van de verstrooiing.
De donkere tunnel ben ik toen niet door gewandeld (later die dag wel). Ik voelde me niet goed. Ik herinner me dat David enigszins wat gepikeerd was dat ik nu niet voor een keer op 'mijn tanden kon bijten'. Maar ik voelde iets wat ik niet kon plaatsen. Verdwaasd liep ik de bibliotheek uit en snelde naar de auto.
Meteen belde ik naar Brugge, voor een update. Aan de telefoon hoorde ik een nogal stamelende verpleegster van Scott. Die morgen had ze mijn kleine schat al twee keer moeten bijblazen met de ballon. Hij stopte dus af en toe met ademen. Zonder aarzelen belde ik vastbesloten mijn zus op. Deze middag moest ze op Vasco letten. Wij moesten dringend naar Brugge, hoe vlugger hoe liever.
Alsof ik me in een soort roes van koelbloedigheid bevond, wachtte ik op mijn twee mannen die terug keerden uit hun magische boekenwereld. David stapte in de auto. Ik zei dat we direct naar Brugge moesten en dat alles al geregeld was. Hij stelde mijn beslissing niet in vraag. Las hij mee in mijn ogen? De motor startte en we begonnen onze moeilijkste reis ooit.
Rond twee uur in de namiddag bereikten we de afdeling. Tien weken vol flashbacks. Scott lag nog steeds in een afgezonderde ruimte, omwille van zijn 'influenzabeestjes'. De dokter van wacht kwam bij ons voor een stand van zaken. Maar ik wist het al, hij toen nog niet.
Tijdens zijn relaas van de voormiddag, gebeurde het opnieuw. Scott kreeg een aanval: zijn saturatie zakte gevaarlijk weg, hartslag naar beneden, blauw wegtrekken. De arts nam meteen de ballon en bracht onze jongen toen al van ver terug. Nog geen tien minuten later herhaalde dit tafereel zich. We stonden erbij en keken ernaar. De arts sleurde ons uit het kleine kamertje. Ik hoorde hem de verpleger nog bevelen om het intubatiemateriaal klaar te leggen. Wat die dokter ons toen allemaal vertelde, zou ik niet meer kunnen navertellen. Ik luisterde niet, maar toch gaf zijn uitleg mij vertrouwen. Dat dit goed was. De beslissing was ook niet aan ons. Zijn job om op zo'n moment een juiste ethische keuze te maken. Vanaf dat moment had iemand het ons ook duidelijk gezegd: Scott wil vertrekken en wij laten hem nu gaan. De aalmoezenier werd opgebeld, ik wilde echt heel graag mijn zoontje nog dopen. Even later stonden wij rond zijn bedje en doopten hem heel sober. Als hij dan toch moest gaan, dan met het vertrouwen dat 'God' over hem en over ons waakt. Voor de eerste keer in mijn leven, was dat toen écht belangrijk.
Koelbloedig was ik toen niet meer. De verpleger haalde Scott uit zijn bedje. Hoe lang dit zou duren, kon niemand voorspellen. David nam hem in zijn armen. Nog geen kwartier later kreeg ons kindje opnieuw een aanval. Dit keer ook duidelijk af te lezen op de monitor van zijn hersenactiviteit. Scott deed epileptische aanvallen, een nieuw symptoom.
David wiegde hem heel knus en ik zat er heel dichtbij. Alsof dat belangrijk was, stond ik daar als een dwaas nog wat foto's te nemen. Geen ballon deze keer. Alle draadjes werden losgekoppeld. De dokter stond heel de tijd aan onze zijde.
Ik wilde niet dat hij pijn had en dus spoot de dokter nog 'iets' in via zijn infuus. Toen ging hij gewoon weg. De dood was nog nooit zo dichtbij geweest voor mij. Alsof het leven hem nog eenmaal terugriep, slaakte hij een laatste zucht. Daarna was het doodstil. Wij verpoosden eventjes in een kamer die voor ons was vrijgehouden. Ondertussen namen ze een huidbiopt van Scott. Ook na zijn dood was verder onderzoek belangrijk. Scott werd van alle draadjes verlost en eigenlijk ook van zijn niet te winnen strijd.
Terug in zijn isoleercelletje kon ik het niet geloven. Enkel nog een lichaam. De verpleger ging Scott toen wassen. Heel menselijk en met veel oor naar onze wensen werden wij op de beste manier bijgestaan in dit afscheid. Samen namen we afdrukken van zijn handen en voetjes.We besloten hem zelf niet te wassen, maar toe te kijken. Hij kreeg een blauw pyjamaatje aan, gelukkig hadden ze er ergens eentje. Scott was immers een baby van tien weken oud. Hij rook lekker en voelde nog niet echt koud aan.
De dokter kwam terug binnen. Ik blokkeerde en wilde Scott niet meer in mijn armen. Hij verplichtte me enigszins en wilde niet dat ik ooit spijt kreeg. Ongelooflijk dankbaar ben ik dat een zorgverlener op zo'n moment denkt in jouw plaats. Wat zou ik inderdaad spijt gehad hebben. Diezelfde dag, slechts twee uur later stond de aalmoezenier daar terug. Hij had geen woorden voor ons. Zijn stilte was wat wij wilden horen. Een lakentje werd mooi over mijn kindje gedrapeerd. Het zou tot maandag duren dat ik hem terug kon zien. Prachtig opgebaard in het Supermanpakje van zijn broer.
Voorafgaand aan zijn begrafenis, spraken we een paar keer met pater Boni. Je kunt het de grootste onzin vinden, maar bij zo iemand vind je het grootste luisterend oor. Hij kwam ook niet af met 'God heeft dit gewild'. Ik vertelde hem over hoe ik voelde dat Scott mij riep, alsof hij vroeg om bij hem te zijn en afscheid te nemen. De kracht van het leven en de verbondenheid, dat was het antwoord. Dit gevoel heeft mij versterkt, het draagt mij verder. Het leven verbindt ons en er is een soort kracht die heel diep gaat. Ik heb het gevoeld, echt.
Ik eindig met een citaat van J. Rietberg:
Zijn dood zal ik altijd betreuren, zijn leven heeft mij verrijkt.
donderdag 12 december 2013
Altijd een kind te kort
"Oei, ik groei" was mijn bijbel bij de eerste maanden met Vasco. Wanneer je de pedalen dreigt te verliezen, lees je wel tien getuigenissen van moeders die hetzelfde voor hebben. En het komt altijd weer goed, het behoort tot de normale ontwikkeling. Als je een kind verliest, sta je er alleen voor. Meer en meer realiseer ik me dat er mij nagenoeg geen zwemboeien werden aangereikt. Niet van mijn gynaecoloog, niet vanuit het ziekenhuis. Alleen mijn huisarts vraagt bij elke consultatie hoe het gaat. Zwemmen of verzuipen dus.
Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: 'Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.'
Ik hoor u denken: 'Is Jos zwanger?' Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het 'plan' te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.
Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo'n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij 'draagt'. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.
Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can't win me).
Je kunt het niet goed doen.
Als je me vraagt 'hoe gaat het met je' goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: 'het gaat wel' en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.
Je kunt het niet goed doen.
Als je zegt: 'Het spijt me dat je baby overleden is' dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: 'Het spijt me ook' of 'Het is afschuwelijk'.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: 'Dankjewel'.
Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.
Je kunt het niet goed doen.
Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.
Dus je kunt het niet goed doen.
Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: 'Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.'
Ik hoor u denken: 'Is Jos zwanger?' Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het 'plan' te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.
Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo'n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij 'draagt'. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.
Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can't win me).
Je kunt het niet goed doen.
Als je me vraagt 'hoe gaat het met je' goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: 'het gaat wel' en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.
Je kunt het niet goed doen.
Als je zegt: 'Het spijt me dat je baby overleden is' dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: 'Het spijt me ook' of 'Het is afschuwelijk'.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: 'Dankjewel'.
Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.
Je kunt het niet goed doen.
Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.
Dus je kunt het niet goed doen.
Labels:
altijdeenkindtekort,
baby,
bijbel,
rouwen,
verlies
Abonneren op:
Posts (Atom)
