vrijdag 7 februari 2014

Wereldwonder

Morgen wordt Vasco drie jaar. Ik herinner me zijn bevalling nog erg levendig. Ik was bijna 42 weken zwanger en hij kwam niet. Op de tiende dag na uitgerekende datum moest ik naar het ziekenhuis. De weeën werden opgewekt. Wat volgde waren 19 uitputtende uren waarvan drie op de verlostafel zelf.
Maar daar was hij dan, onze zoon! 4.350 gram en 54 cm. Het kon toen al niet anders dat een volgend kind vlot de uitgang zou bereiken, en inderdaad!

Wat ben ik toch zo blij met Vasco. Toen besefte ik het nog niet ten volle. Hij is ons wereldwonder. Nu ik een tweede keer moeder ben geworden, ben ik ook een 'betere moeder' voor hem. Voorheen kon ik ook echt  meer opzien tegen de lastige momenten van het ouderschap. Het hele slaapritueel. De woedeaanvalletjes. De smerige eettaferelen. De vieze pampergeurtjes.

Nu vertrekken wij bijna elke avond met z'n drieën richting slaapkamer, dat doen we vaak in een fanfare. Dat vindt onze superman geweldig. Ik lees met plezier twee of drie boeken voor. Elke avond kruip ik dan nog vijf minuutjes bij hem in bed. Ik kijk, luister en snuif zijn geur, want ik wil nooit spijt hebben dat ik dat te weinig deed. Ik zegen hem met een 'God zegent je en God bewaart je'.

Voor ik zelf ga slapen, check ik hem nog even. Zien of hij rustig slaapt, maar eigenlijk check ik ook of hij ademt en niet ijskoud voelt en blauw ziet. Want dat beeld blijft altijd hangen. David doet het ook, misschien om dezelfde reden?

Minstens drie keer per dag zeg ik mijn zalige peuter dat ik hem graag zie. Tot vervelens toe voor hem misschien. Maar hij moet het heel goed weten. Deze liefde is onvoorwaardelijk en tot over de dood heen. Ja, dat kan ik weten.


Gelukkige derde verjaardag kleine vent. IK ZIE JE GRAAG!

donderdag 30 januari 2014

Je naam

Gedichtendag 2014, ode aan


Je naam

Ik noem je naam,
vandaag, morgen,
volgend jaar.

Ik roep je vaak, zo hard
ik wil. Ik schreeuw je
van de daken.

Ik huil, raas, fluister,
aarzel, stotter, stapel,
schater, zoen en zing je naam.

Vallende blaadjes wapperen
je naam. Vogelveertjes
ritselen je naam.

Wolken zwiepen hem mee. In leeuwenkuilen,
muizenholen, op de bodem van de zee:
je naam.

Regendruppels drinken hem op weg
naar de oceaan. Ook de maan knipoogt
's avonds laat jouw naam.

En door het raam, tegen vergeten,
schijnt als een nieuwe ster in neonletters
aan de lucht hoe je altijd zult heten.

uit Waar ik ben van Diets Groot huis




zaterdag 4 januari 2014

Sneeuwtapijt

Zo dun als sneeuw gaat liggen, zo vol zijn de herinneringen aan onze tijd met hem.
Seizoen Scott, zo voelt de winter vanaf nu.

Wat was het toch koud. Nog nooit had ik hier zoveel sneeuw beleefd.
Weken trotseerden we gladde en vaak onberijdbare wegen. Een keer was het zo erg dat we vast kwamen te zitten met de auto. Buurmannen groeven ons uit. Wie neemt nu ook de auto in zo'n weer?
Pas op 9 maart verscheen een streepje zon, maar het bleef ijzig koud en stil.

De winter wordt nu altijd moeilijk, het verlangen naar de lente nog groter.
We vullen hem met liefde, verdriet en warme herinneringen aan ijskoude dagen.
Voor mij graag een pakje sneeuw nu, waar ik me heerlijk zacht in kan ploffen!

Winterdroom

Voorzichtig dwarrelend
naar beneden
om dan even te verpozen.
Opgeraapt te worden,
geliefkoosd en
geboetseerd
tot ieders verbeelding.
Een sneeuwvlokje
als bouwsteen van een droom.
Helaas
sneeuw smelt.





zondag 15 december 2013

Niet-verjaardagsfeest

We zijn bijna een jaar later. Het niet-verjaardagsfeest loert al even om het hoekje, 29 december 2013.
Ik kijk er wel en niet tegenop. Laat het maar gebeuren, dan hebben we dat eindelijk gehad. Anderzijds kruipt het willens nillens in mijn hoofd: hoe vullen we die dag in?

Kort na Scotts overlijden plande ik al een soort feest voor de negentwintigste van de twaalfde, in mijn hoofd. Op dit moment zou ik die dag liever niemand horen noch zien, behalve mijn gezin. Als het even kan, trek ik er met hen graag op uit. Even uitwaaien aan zee? Opwarmen met een choco en een taartje met denkbeeldig kaarsje? Een bezoekje aan Scotts graf? Zoiets is het voorlopig, in mijn hoofd.

Rouwen is een raar beest, maar je mag er niet bang van zijn denk ik. Soms komt ie binnen in je huis en dan aai je hem best even. Jaag hem niet weg, want dan komt hij nog meer janken aan je venster!

donderdag 12 december 2013

Altijd een kind te kort

"Oei, ik groei" was mijn bijbel bij de eerste maanden met Vasco. Wanneer je de pedalen dreigt te verliezen, lees je wel tien getuigenissen van moeders die hetzelfde voor hebben. En het komt altijd weer goed, het behoort tot de normale ontwikkeling. Als je een kind verliest, sta je er alleen voor. Meer en meer realiseer ik me dat er mij nagenoeg geen zwemboeien werden aangereikt. Niet van mijn gynaecoloog, niet vanuit het ziekenhuis. Alleen mijn huisarts vraagt bij elke consultatie hoe het gaat. Zwemmen of verzuipen dus.

Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: 'Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.'
Ik hoor u denken: 'Is Jos zwanger?' Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het 'plan' te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.

Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo'n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij 'draagt'. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.


Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can't win me).

Je kunt het niet goed doen.

Als je me vraagt 'hoe gaat het met je' goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: 'het gaat wel' en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.

Je kunt het niet goed doen.

Als je zegt: 'Het spijt me dat je baby overleden is' dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: 'Het spijt me ook' of 'Het is afschuwelijk'.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: 'Dankjewel'.

Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.

Je kunt het niet goed doen.

Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.

Dus je kunt het niet goed doen.















maandag 18 november 2013

Af en toe is er een druppel

Alles loopt prima hier. Echt waar.
Ik aanvaard stilaan dat mijn verlies niet weggaat. Nooit. Vele maanden terug dacht ik nog dat zoiets 'overgaat'.
Mijn verdriet ligt als een mantel om mij heen. Dat is goed, daar neem ik vrede mee.

Om mij te raken, moet je door de mantel heen geraken. Ik geraak niet zo vlug meer van mijn stuk als voorheen. Tot ik natuurlijk het gevoel heb dat ze mij raken om te raken...
Ik schreef zonet deze mail, u zal zeker wel begrijpen!

Beste redactie (Jonge Ouders, Gezinsbond)
 Na 12 maanden telkens uw tijdschrift ‘Jonge ouders’ prompt in de vuilnisbak te gooien, heb ik er nu officieel  genoeg van. Twee jaar terug las ik met plezier u tijdschrift door, bij de geboorte van onze eerste zoon Vasco.
29 dec 2012 beviel ik van onze tweede zoon Scott, hij is op 09 maart 2013 overleden.
 Ik ontvang nog steeds stipt elke maand uw tijdschrift. Elke maand word ik dus ongewild geconfronteerd met mijn verlies, met hoe mijn kind nu had moeten zijn.
In mijn nieuwe levenswandel vind ik uw tijdschrift nu ook een beetje te veel ‘mainstream’ en allemaal rozengeur en maneschijn. Oké, heel leuk om als ouder van een gewoon kind bevestigend te kunnen lezen dat de kleine schat goed mee is met zijn ontwikkeling. Wat met alle ouders van een “niet-zo-normaal” kind die ook elke maand ongewild kunnen lezen wat het kind allemaal nog niet kan? Of zelfs nooit zal kunnen?
Ik weet niet hoe jullie de adressenlijst opstellen, maar misschien kan er wat tijd en aandacht besteed worden aan het filteren. Ik ben vast niet de enige moeder die haar kindje is verloren en ik vermoed dat ik dan zeker ook niet de enige ben die de papierstapel hier thuis nog wat aansterkt. En wat dacht u van toch zeker een keer een artikeltje over een mama die zo trots is dat haar kind alsnog een mijlpaal bereikt die door zoveel mensen als vanzelfsprekend wordt beschouwd?
Mijn excuses voor mijn directe stijl in deze mail. Maar u begrijpt dat uw tijdschriftnummer “12 maanden” de emmer hier wat deed overlopen...
En voor de duidelijkheid, ik wens uw tijdschrift (hoe goed bedoeld het natuurlijk ook is) niet verder meer te ontvangen.
Vriendelijke groeten
Josfien Demey
mama van Vasco en Scott (+)

dinsdag 24 september 2013

Ik ben ik en jij bent jij

Een lange tijd is voorbij gevlogen. Nu ik weer volop in mijn eigen leven sta, besef ik dat wij zo'n druk bestaan hebben dat er soms echt geen tijd is om stil te staan, na te denken, zelfs terug te blikken. Misschien goed ook, maar toch...

Onlangs vroeg iemand mijn man of de gebeurtenissen van het afgelopen jaar hem veranderd hebben. Wat een vraag! Niks is nog hetzelfde. Wij zijn andere mensen geworden. Soms ben ik echt dankbaar dat we dat samen zijn geworden. Samen is hier nu heel erg belangrijk. Elk zijn verdriet, maar wel samen verder."De vrouw die haar kindje is verloren." Wellicht wordt er bij momenten zo over mij gesproken. Dat is meteen ook die grote verandering, het onfortuinlijke label dat mijn naam nu draagt. Gelukkig ben ik veel meer dan die titel. Met heel veel courage trachtte ik de afgelopen maanden mijn leven terug in handen te nemen. Ups and downs. Al véél meer ups!
Toch elke dag, vaak niet lang,  een stekende pijn. Iets als clusterhoofdpijn? Zoals die hoofdpijn opkomt bij spanning, komt mijn verdriet op bij een herinnering, een  lied, een gebeurtenis of zelfs bij een bepaalde geur. Zo zag ik op onze sportdag in het EHBO-lokaal een beademingsballon liggen, meteen flitsten onthutsende ziekenhuisbeelden voorbij. Als in een film, alleen was het écht. Helaas geen verdovend goedje voor dit soort pijn.

Ik ben nu ik, omdat Scott was wie hij was. Als Scott gezond was geweest, was ik nu ook heel anders. Misschien was ik wel veel meer aan het zoeken. Nu zoek ik minder. Nu bèn ik.  Die gedachte zoek ik op als het clusterverdriet er is.
Ik ben ik, jij bent jij en Scott was Scott.