Zaterdag 9 maart 2013 begon de jeugdboekenweek.
Na twee nachten op hotel in Brugge dicht bij onze Scott te hebben 'gewaakt', keerden we terug huiswaarts voor wat qualitytime met Vasco!
Het gevoel dat mij die voormiddag overviel, kan ik heel moeilijk in woorden vatten. Vasco was zo blij dat mama en papa er terug waren. Enthousiast huppelde hij de voor de gelegenheid opgestelde donkere tunnel van de kinderhoek in de bib binnen. Verwondering alom. David genoot ook zichtbaar van de verstrooiing.
De donkere tunnel ben ik toen niet door gewandeld (later die dag wel). Ik voelde me niet goed. Ik herinner me dat David enigszins wat gepikeerd was dat ik nu niet voor een keer op 'mijn tanden kon bijten'. Maar ik voelde iets wat ik niet kon plaatsen. Verdwaasd liep ik de bibliotheek uit en snelde naar de auto.
Meteen belde ik naar Brugge, voor een update. Aan de telefoon hoorde ik een nogal stamelende verpleegster van Scott. Die morgen had ze mijn kleine schat al twee keer moeten bijblazen met de ballon. Hij stopte dus af en toe met ademen. Zonder aarzelen belde ik vastbesloten mijn zus op. Deze middag moest ze op Vasco letten. Wij moesten dringend naar Brugge, hoe vlugger hoe liever.
Alsof ik me in een soort roes van koelbloedigheid bevond, wachtte ik op mijn twee mannen die terug keerden uit hun magische boekenwereld. David stapte in de auto. Ik zei dat we direct naar Brugge moesten en dat alles al geregeld was. Hij stelde mijn beslissing niet in vraag. Las hij mee in mijn ogen? De motor startte en we begonnen onze moeilijkste reis ooit.
Rond twee uur in de namiddag bereikten we de afdeling. Tien weken vol flashbacks. Scott lag nog steeds in een afgezonderde ruimte, omwille van zijn 'influenzabeestjes'. De dokter van wacht kwam bij ons voor een stand van zaken. Maar ik wist het al, hij toen nog niet.
Tijdens zijn relaas van de voormiddag, gebeurde het opnieuw. Scott kreeg een aanval: zijn saturatie zakte gevaarlijk weg, hartslag naar beneden, blauw wegtrekken. De arts nam meteen de ballon en bracht onze jongen toen al van ver terug. Nog geen tien minuten later herhaalde dit tafereel zich. We stonden erbij en keken ernaar. De arts sleurde ons uit het kleine kamertje. Ik hoorde hem de verpleger nog bevelen om het intubatiemateriaal klaar te leggen. Wat die dokter ons toen allemaal vertelde, zou ik niet meer kunnen navertellen. Ik luisterde niet, maar toch gaf zijn uitleg mij vertrouwen. Dat dit goed was. De beslissing was ook niet aan ons. Zijn job om op zo'n moment een juiste ethische keuze te maken. Vanaf dat moment had iemand het ons ook duidelijk gezegd: Scott wil vertrekken en wij laten hem nu gaan. De aalmoezenier werd opgebeld, ik wilde echt heel graag mijn zoontje nog dopen. Even later stonden wij rond zijn bedje en doopten hem heel sober. Als hij dan toch moest gaan, dan met het vertrouwen dat 'God' over hem en over ons waakt. Voor de eerste keer in mijn leven, was dat toen écht belangrijk.
Koelbloedig was ik toen niet meer. De verpleger haalde Scott uit zijn bedje. Hoe lang dit zou duren, kon niemand voorspellen. David nam hem in zijn armen. Nog geen kwartier later kreeg ons kindje opnieuw een aanval. Dit keer ook duidelijk af te lezen op de monitor van zijn hersenactiviteit. Scott deed epileptische aanvallen, een nieuw symptoom.
David wiegde hem heel knus en ik zat er heel dichtbij. Alsof dat belangrijk was, stond ik daar als een dwaas nog wat foto's te nemen. Geen ballon deze keer. Alle draadjes werden losgekoppeld. De dokter stond heel de tijd aan onze zijde.
Ik wilde niet dat hij pijn had en dus spoot de dokter nog 'iets' in via zijn infuus. Toen ging hij gewoon weg. De dood was nog nooit zo dichtbij geweest voor mij. Alsof het leven hem nog eenmaal terugriep, slaakte hij een laatste zucht. Daarna was het doodstil. Wij verpoosden eventjes in een kamer die voor ons was vrijgehouden. Ondertussen namen ze een huidbiopt van Scott. Ook na zijn dood was verder onderzoek belangrijk. Scott werd van alle draadjes verlost en eigenlijk ook van zijn niet te winnen strijd.
Terug in zijn isoleercelletje kon ik het niet geloven. Enkel nog een lichaam. De verpleger ging Scott toen wassen. Heel menselijk en met veel oor naar onze wensen werden wij op de beste manier bijgestaan in dit afscheid. Samen namen we afdrukken van zijn handen en voetjes.We besloten hem zelf niet te wassen, maar toe te kijken. Hij kreeg een blauw pyjamaatje aan, gelukkig hadden ze er ergens eentje. Scott was immers een baby van tien weken oud. Hij rook lekker en voelde nog niet echt koud aan.
De dokter kwam terug binnen. Ik blokkeerde en wilde Scott niet meer in mijn armen. Hij verplichtte me enigszins en wilde niet dat ik ooit spijt kreeg. Ongelooflijk dankbaar ben ik dat een zorgverlener op zo'n moment denkt in jouw plaats. Wat zou ik inderdaad spijt gehad hebben. Diezelfde dag, slechts twee uur later stond de aalmoezenier daar terug. Hij had geen woorden voor ons. Zijn stilte was wat wij wilden horen. Een lakentje werd mooi over mijn kindje gedrapeerd. Het zou tot maandag duren dat ik hem terug kon zien. Prachtig opgebaard in het Supermanpakje van zijn broer.
Voorafgaand aan zijn begrafenis, spraken we een paar keer met pater Boni. Je kunt het de grootste onzin vinden, maar bij zo iemand vind je het grootste luisterend oor. Hij kwam ook niet af met 'God heeft dit gewild'. Ik vertelde hem over hoe ik voelde dat Scott mij riep, alsof hij vroeg om bij hem te zijn en afscheid te nemen. De kracht van het leven en de verbondenheid, dat was het antwoord. Dit gevoel heeft mij versterkt, het draagt mij verder. Het leven verbindt ons en er is een soort kracht die heel diep gaat. Ik heb het gevoeld, echt.
Ik eindig met een citaat van J. Rietberg:
Zijn dood zal ik altijd betreuren, zijn leven heeft mij verrijkt.
Een mamablog* met een sterretje. Over vallen en weer opstaan. Het plezier in elke dag.
vrijdag 7 maart 2014
vrijdag 7 februari 2014
Wereldwonder
Morgen wordt Vasco drie jaar. Ik herinner me zijn bevalling nog erg levendig. Ik was bijna 42 weken zwanger en hij kwam niet. Op de tiende dag na uitgerekende datum moest ik naar het ziekenhuis. De weeën werden opgewekt. Wat volgde waren 19 uitputtende uren waarvan drie op de verlostafel zelf.
Maar daar was hij dan, onze zoon! 4.350 gram en 54 cm. Het kon toen al niet anders dat een volgend kind vlot de uitgang zou bereiken, en inderdaad!
Wat ben ik toch zo blij met Vasco. Toen besefte ik het nog niet ten volle. Hij is ons wereldwonder. Nu ik een tweede keer moeder ben geworden, ben ik ook een 'betere moeder' voor hem. Voorheen kon ik ook echt meer opzien tegen de lastige momenten van het ouderschap. Het hele slaapritueel. De woedeaanvalletjes. De smerige eettaferelen. De vieze pampergeurtjes.
Nu vertrekken wij bijna elke avond met z'n drieën richting slaapkamer, dat doen we vaak in een fanfare. Dat vindt onze superman geweldig. Ik lees met plezier twee of drie boeken voor. Elke avond kruip ik dan nog vijf minuutjes bij hem in bed. Ik kijk, luister en snuif zijn geur, want ik wil nooit spijt hebben dat ik dat te weinig deed. Ik zegen hem met een 'God zegent je en God bewaart je'.
Voor ik zelf ga slapen, check ik hem nog even. Zien of hij rustig slaapt, maar eigenlijk check ik ook of hij ademt en niet ijskoud voelt en blauw ziet. Want dat beeld blijft altijd hangen. David doet het ook, misschien om dezelfde reden?
Minstens drie keer per dag zeg ik mijn zalige peuter dat ik hem graag zie. Tot vervelens toe voor hem misschien. Maar hij moet het heel goed weten. Deze liefde is onvoorwaardelijk en tot over de dood heen. Ja, dat kan ik weten.
Gelukkige derde verjaardag kleine vent. IK ZIE JE GRAAG!
Maar daar was hij dan, onze zoon! 4.350 gram en 54 cm. Het kon toen al niet anders dat een volgend kind vlot de uitgang zou bereiken, en inderdaad!
Wat ben ik toch zo blij met Vasco. Toen besefte ik het nog niet ten volle. Hij is ons wereldwonder. Nu ik een tweede keer moeder ben geworden, ben ik ook een 'betere moeder' voor hem. Voorheen kon ik ook echt meer opzien tegen de lastige momenten van het ouderschap. Het hele slaapritueel. De woedeaanvalletjes. De smerige eettaferelen. De vieze pampergeurtjes.
Nu vertrekken wij bijna elke avond met z'n drieën richting slaapkamer, dat doen we vaak in een fanfare. Dat vindt onze superman geweldig. Ik lees met plezier twee of drie boeken voor. Elke avond kruip ik dan nog vijf minuutjes bij hem in bed. Ik kijk, luister en snuif zijn geur, want ik wil nooit spijt hebben dat ik dat te weinig deed. Ik zegen hem met een 'God zegent je en God bewaart je'.
Voor ik zelf ga slapen, check ik hem nog even. Zien of hij rustig slaapt, maar eigenlijk check ik ook of hij ademt en niet ijskoud voelt en blauw ziet. Want dat beeld blijft altijd hangen. David doet het ook, misschien om dezelfde reden?
Minstens drie keer per dag zeg ik mijn zalige peuter dat ik hem graag zie. Tot vervelens toe voor hem misschien. Maar hij moet het heel goed weten. Deze liefde is onvoorwaardelijk en tot over de dood heen. Ja, dat kan ik weten.
Gelukkige derde verjaardag kleine vent. IK ZIE JE GRAAG!
donderdag 30 januari 2014
Je naam
Gedichtendag 2014, ode aan
Je naam
Ik noem je naam,
vandaag, morgen,
volgend jaar.
Ik roep je vaak, zo hard
ik wil. Ik schreeuw je
van de daken.
Ik huil, raas, fluister,
aarzel, stotter, stapel,
schater, zoen en zing je naam.
Vallende blaadjes wapperen
je naam. Vogelveertjes
ritselen je naam.
Wolken zwiepen hem mee. In leeuwenkuilen,
muizenholen, op de bodem van de zee:
je naam.
Regendruppels drinken hem op weg
naar de oceaan. Ook de maan knipoogt
's avonds laat jouw naam.
En door het raam, tegen vergeten,
schijnt als een nieuwe ster in neonletters
aan de lucht hoe je altijd zult heten.
uit Waar ik ben van Diets Groot huis
Je naam
Ik noem je naam,
vandaag, morgen,
volgend jaar.
Ik roep je vaak, zo hard
ik wil. Ik schreeuw je
van de daken.
Ik huil, raas, fluister,
aarzel, stotter, stapel,
schater, zoen en zing je naam.
Vallende blaadjes wapperen
je naam. Vogelveertjes
ritselen je naam.
Wolken zwiepen hem mee. In leeuwenkuilen,
muizenholen, op de bodem van de zee:
je naam.
Regendruppels drinken hem op weg
naar de oceaan. Ook de maan knipoogt
's avonds laat jouw naam.
En door het raam, tegen vergeten,
schijnt als een nieuwe ster in neonletters
aan de lucht hoe je altijd zult heten.
uit Waar ik ben van Diets Groot huis
zaterdag 4 januari 2014
Sneeuwtapijt
Zo dun als sneeuw gaat liggen, zo vol zijn de herinneringen aan onze tijd met hem.
Seizoen Scott, zo voelt de winter vanaf nu.
Wat was het toch koud. Nog nooit had ik hier zoveel sneeuw beleefd.
Weken trotseerden we gladde en vaak onberijdbare wegen. Een keer was het zo erg dat we vast kwamen te zitten met de auto. Buurmannen groeven ons uit. Wie neemt nu ook de auto in zo'n weer?
Pas op 9 maart verscheen een streepje zon, maar het bleef ijzig koud en stil.
De winter wordt nu altijd moeilijk, het verlangen naar de lente nog groter.
We vullen hem met liefde, verdriet en warme herinneringen aan ijskoude dagen.
Voor mij graag een pakje sneeuw nu, waar ik me heerlijk zacht in kan ploffen!
Winterdroom
Voorzichtig dwarrelend
naar beneden
om dan even te verpozen.
Opgeraapt te worden,
geliefkoosd en
geboetseerd
tot ieders verbeelding.
Een sneeuwvlokje
als bouwsteen van een droom.
Helaas
sneeuw smelt.
Seizoen Scott, zo voelt de winter vanaf nu.
Wat was het toch koud. Nog nooit had ik hier zoveel sneeuw beleefd.
Weken trotseerden we gladde en vaak onberijdbare wegen. Een keer was het zo erg dat we vast kwamen te zitten met de auto. Buurmannen groeven ons uit. Wie neemt nu ook de auto in zo'n weer?
Pas op 9 maart verscheen een streepje zon, maar het bleef ijzig koud en stil.
De winter wordt nu altijd moeilijk, het verlangen naar de lente nog groter.
We vullen hem met liefde, verdriet en warme herinneringen aan ijskoude dagen.
Voor mij graag een pakje sneeuw nu, waar ik me heerlijk zacht in kan ploffen!
Winterdroom
Voorzichtig dwarrelend
naar beneden
om dan even te verpozen.
Opgeraapt te worden,
geliefkoosd en
geboetseerd
tot ieders verbeelding.
Een sneeuwvlokje
als bouwsteen van een droom.
Helaas
sneeuw smelt.
zondag 15 december 2013
Niet-verjaardagsfeest
We zijn bijna een jaar later. Het niet-verjaardagsfeest loert al even om het hoekje, 29 december 2013.
Ik kijk er wel en niet tegenop. Laat het maar gebeuren, dan hebben we dat eindelijk gehad. Anderzijds kruipt het willens nillens in mijn hoofd: hoe vullen we die dag in?
Kort na Scotts overlijden plande ik al een soort feest voor de negentwintigste van de twaalfde, in mijn hoofd. Op dit moment zou ik die dag liever niemand horen noch zien, behalve mijn gezin. Als het even kan, trek ik er met hen graag op uit. Even uitwaaien aan zee? Opwarmen met een choco en een taartje met denkbeeldig kaarsje? Een bezoekje aan Scotts graf? Zoiets is het voorlopig, in mijn hoofd.
Rouwen is een raar beest, maar je mag er niet bang van zijn denk ik. Soms komt ie binnen in je huis en dan aai je hem best even. Jaag hem niet weg, want dan komt hij nog meer janken aan je venster!
Ik kijk er wel en niet tegenop. Laat het maar gebeuren, dan hebben we dat eindelijk gehad. Anderzijds kruipt het willens nillens in mijn hoofd: hoe vullen we die dag in?
Kort na Scotts overlijden plande ik al een soort feest voor de negentwintigste van de twaalfde, in mijn hoofd. Op dit moment zou ik die dag liever niemand horen noch zien, behalve mijn gezin. Als het even kan, trek ik er met hen graag op uit. Even uitwaaien aan zee? Opwarmen met een choco en een taartje met denkbeeldig kaarsje? Een bezoekje aan Scotts graf? Zoiets is het voorlopig, in mijn hoofd.
Rouwen is een raar beest, maar je mag er niet bang van zijn denk ik. Soms komt ie binnen in je huis en dan aai je hem best even. Jaag hem niet weg, want dan komt hij nog meer janken aan je venster!
donderdag 12 december 2013
Altijd een kind te kort
"Oei, ik groei" was mijn bijbel bij de eerste maanden met Vasco. Wanneer je de pedalen dreigt te verliezen, lees je wel tien getuigenissen van moeders die hetzelfde voor hebben. En het komt altijd weer goed, het behoort tot de normale ontwikkeling. Als je een kind verliest, sta je er alleen voor. Meer en meer realiseer ik me dat er mij nagenoeg geen zwemboeien werden aangereikt. Niet van mijn gynaecoloog, niet vanuit het ziekenhuis. Alleen mijn huisarts vraagt bij elke consultatie hoe het gaat. Zwemmen of verzuipen dus.
Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: 'Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.'
Ik hoor u denken: 'Is Jos zwanger?' Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het 'plan' te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.
Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo'n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij 'draagt'. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.
Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can't win me).
Je kunt het niet goed doen.
Als je me vraagt 'hoe gaat het met je' goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: 'het gaat wel' en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.
Je kunt het niet goed doen.
Als je zegt: 'Het spijt me dat je baby overleden is' dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: 'Het spijt me ook' of 'Het is afschuwelijk'.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: 'Dankjewel'.
Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.
Je kunt het niet goed doen.
Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.
Dus je kunt het niet goed doen.
Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: 'Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.'
Ik hoor u denken: 'Is Jos zwanger?' Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het 'plan' te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.
Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo'n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij 'draagt'. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.
Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can't win me).
Je kunt het niet goed doen.
Als je me vraagt 'hoe gaat het met je' goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: 'het gaat wel' en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.
Je kunt het niet goed doen.
Als je zegt: 'Het spijt me dat je baby overleden is' dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: 'Het spijt me ook' of 'Het is afschuwelijk'.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: 'Dankjewel'.
Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.
Je kunt het niet goed doen.
Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.
Dus je kunt het niet goed doen.
Labels:
altijdeenkindtekort,
baby,
bijbel,
rouwen,
verlies
maandag 18 november 2013
Af en toe is er een druppel
Alles loopt prima hier. Echt waar.
Ik aanvaard stilaan dat mijn verlies niet weggaat. Nooit. Vele maanden terug dacht ik nog dat zoiets 'overgaat'.
Mijn verdriet ligt als een mantel om mij heen. Dat is goed, daar neem ik vrede mee.
Om mij te raken, moet je door de mantel heen geraken. Ik geraak niet zo vlug meer van mijn stuk als voorheen. Tot ik natuurlijk het gevoel heb dat ze mij raken om te raken...
Ik schreef zonet deze mail, u zal zeker wel begrijpen!
Vriendelijke groeten
Josfien Demey
Ik aanvaard stilaan dat mijn verlies niet weggaat. Nooit. Vele maanden terug dacht ik nog dat zoiets 'overgaat'.
Mijn verdriet ligt als een mantel om mij heen. Dat is goed, daar neem ik vrede mee.
Om mij te raken, moet je door de mantel heen geraken. Ik geraak niet zo vlug meer van mijn stuk als voorheen. Tot ik natuurlijk het gevoel heb dat ze mij raken om te raken...
Ik schreef zonet deze mail, u zal zeker wel begrijpen!
Beste redactie (Jonge Ouders, Gezinsbond)
Na 12 maanden telkens uw tijdschrift ‘Jonge ouders’ prompt in de vuilnisbak
te gooien, heb ik er nu officieel genoeg van. Twee jaar terug las ik met
plezier u tijdschrift door, bij de geboorte van onze eerste zoon Vasco.
29 dec 2012 beviel ik van onze tweede zoon Scott, hij is op 09 maart 2013
overleden.
Ik ontvang nog steeds stipt elke maand uw tijdschrift. Elke maand word ik
dus ongewild geconfronteerd met mijn verlies, met hoe mijn kind nu had moeten
zijn.
In mijn nieuwe levenswandel vind ik uw tijdschrift nu ook een beetje te
veel ‘mainstream’ en allemaal rozengeur en maneschijn. Oké, heel leuk om als
ouder van een gewoon kind bevestigend te kunnen lezen dat de kleine schat goed
mee is met zijn ontwikkeling. Wat met alle ouders van een “niet-zo-normaal” kind
die ook elke maand ongewild kunnen lezen wat het kind allemaal nog niet kan? Of
zelfs nooit zal kunnen?
Ik weet niet hoe jullie de adressenlijst opstellen, maar misschien kan er
wat tijd en aandacht besteed worden aan het filteren. Ik ben vast niet de enige
moeder die haar kindje is verloren en ik vermoed dat ik dan zeker ook niet de
enige ben die de papierstapel hier thuis nog wat aansterkt. En wat dacht u van
toch zeker een keer een artikeltje over een mama die zo trots is dat haar kind
alsnog een mijlpaal bereikt die door zoveel mensen als vanzelfsprekend wordt
beschouwd?
Mijn excuses voor mijn directe stijl in deze mail. Maar u begrijpt dat uw
tijdschriftnummer “12 maanden” de emmer hier wat deed overlopen...
En voor de duidelijkheid, ik wens uw tijdschrift (hoe goed bedoeld het natuurlijk ook is) niet verder meer te ontvangen.
En voor de duidelijkheid, ik wens uw tijdschrift (hoe goed bedoeld het natuurlijk ook is) niet verder meer te ontvangen.
mama van Vasco en Scott (+)
Abonneren op:
Posts (Atom)
